16.03.11

RUDOLF SCHOCK ZINGT MILI BALAKIREW

Rudolf Schock 1948

(N.B.: Het eerste van een aantal kortere artikelen over componisten, van wie een enkel(e) lied of aria met Rudolf Schock op plaat/band is vastgelegd)
Rudolf Schock zingt 'Grusinisches Lied' von Mili Alexejewitsch Balakirew

In 1985 produceert Acanta (Fonoteam GmbH, Hamburg) t.g.v. Schock's 70e verjaardag onder de titel 'Collection Rudolf Schock' een groot aantal LP-premières van radio-opnamen uit de periode 1946 - 1956. Daarbij gaat het om opera, operette en acht Russische liederen. Die liederen beslaan één plaatkant van de dubbel-LP 'Russische Opern, Lieder, Romanzen' (Acanta 40.23 550), waarop Schock muziek zingt van Mussorgsky, Tschaikowsky, Dargomyschski, Rimski-Korsakow, Glinka en BALAKIREW.

Mili Alexejewitsch Balakirew (1837-1910)
en - iets eerder - Alexander Dargomyschski (1813-1869) worden voor de muziek ontdekt door Michail Glinka (1804-1857), de eerste Russische componist, die een nationale, jongrussische muziekcultuur van de grond weet te krijgen. In diens kielzog verzamelt de energieke Balakirew rond 1865 een groepje componisten om zich heen, dat probeert de westelijke (opera-)invloeden vanuit Italië en Frankrijk te verbinden met de eigen volksmuziek. Dit groepje, dat zichzelf 'De Vijf' noemt en door anderen ironisch als het 'Machtige Clubje' wordt aangeduid, bestaat uit (foto: boven v.l.n.r. en dan beneden links en rechts:) Modest Mussorgsky (1839-1881), Alexander Borodin(1833-1887), Nikolay Rimski-Korsakow (1844-1908)/Mili Balakirew en César Cui (1835-1918).

De dubbel-LP 'Russische Opern, Lieder und Romanzen' uit 1985
is interessant, omdat vijf van de hierboven genoemde Russische componisten erop voorkomen. Alleen Peter Iljitsch Tschaikowsky (1840- 1893), van wie Schock op de LP's ook werk zingt, sloeg artistiek een (deels) andere richting in. Verder documenteren de opnamen het culturele klimaat in het Berlijn van de jaren direct na de oorlog en politieke ontwikkelingen erna: men maakt een muzikale inhaalslag, waardoor bv. Russische componisten, die zelden of nooit meer gespeeld zijn, opeens overal in alle vrijheid weer uitgevoerd worden. Tegelijkertijd krijgt de dan 31-jarige Rudolf Schock - als het ware op het nippertje - de kans een zangerscarrière op te bouwen. Hij pendelt al zingend en zo politiek neutraal als maar mogelijk is van oost naar west en omgekeerd. O.a. in Oost-Berlijn treedt hij op in de Russische opera 'Sadko' van Rimski-Korsakow. Het 'Hindulied' daaruit zingt hij zo mooi, dat de Sovjets hem uitnodigen in hun Oost-Berlijnse radiostudio op te treden: ("Sie haben die Seele in der Stimme, die wir Russen so lieben" laat Schock trots in zijn biografie noteren). Hij neemt Russische liederen op, muziek uit opera's van Glinka, Mussorgsky en Tschaikowsky, de rol van Herman in een volledige versie van Tschaikowsky's opera 'Pique Dame' en de rol van Juri in de Russische (!) operette 'Die Brautschau' van Juri Sergejewitsch Miljutin.

Rudolf Schock zingt 'Grusinisches Lied' van Mili Balakirew

Het 'Georgische lied' (Grusinien = Georgië) is een weemoedig lied over het knagende terugverlangen naar een jeugd in het verre vaderland: 'O, lass dein Singen, schöne Maid/Dein grusinisches Lied voll trüber Klagen erweckt in mir der Sehnsucht Leid/nach fernem Land und schönen Tagen...'

Ergens tussen 1858 en 1860 zette Balakirew de sfeervolle verzen op muziek. Verondersteld wordt dat ze afkomstig zijn van de dichter Alexander Puschkin (1799-1837). Puschkin's poëzie inspireerde Tschaikowsky tot het componeren van de opera's 'Eugen Onegin' en 'Pique Dame'.

Rudolf Schock neemt Balakirew's 'volkslied' in 1947 voor de Oost-Berlijnse radio-microfoon op. De uitvoering is van tijdloze schoonheid. Hij wordt op de piano begeleid door Erhard Michel. Bijna 40 jaar sluimert het lied in de radio-archieven van de voormalige DDR. In 1985 verschijnt het op LP en in 2009 - klanktechnisch niet geweldig - op CD (Gala: GL 100 672).

Krijn de Lege, 23 maart 2011
de volgende keer: Rudolf Schock zingt 'Still wie die Nacht' von Carl Bohm

Keine Kommentare: