13.08.17

RUDOLF SCHOCK sings IMRE (EMMERICH) KÁLMÁN (2: Die Csárdásfürstin)

! ! M e t   5 x   M U Z I E K - L I N K 
e n   1 x  T E K S T - L I N K ! !

Die Csárdásfürstin (1915) 
waarin een botsing van standen:


Filmaffiche 1927































Zonder botsingen geen drama, komisch dan wel treurig.
Eerst komt het conflict en in het kielzog daarvan de inspiratie voor boek of toneelstuk, film of  opera/operette.

Een conflict tussen vertegenwoordigers van de adel en het "theater/cabaret/variété" zoals in 'Die Csárdásfürstin' zal nu als "niet meer van deze tijd" worden beschouwd. M.a.w.: deze operette zal nu worden gezien als "hopeloos verouderd". 


Ervan afgezien, dat conflicten tussen standen zeker niet de wereld uit zijn, gaat het echter niet om het soort conflict, maar om het feit, dat er een conflict bestaat
Conflictsituaties zijn er legio: tussen generaties, rassen, godsdiensten, landen, stammen, politieke partijen en ideologieën, maar ook tussen families, buren en afzonderlijke individuen. En dankzij al die conflicten is er een constante stroom aan meeslepend drama: 

De gevierde, Hongaarse zangeres Sylva Varescu en de voor haar te hoog geboren Edwin Ronald von und zu Lippert-Weylersheim koesteren een sterke, maar onmogelijke liefde voor elkaar.
Sylva is de ster van het 'Orpheum'-cabaret, dat tot Edwin's schrik onverwacht aan een langdurig tournee door de VS gaat beginnen.
In een wanhopige poging dat te verhinderen laat hij halsoverkop bij contract vastleggen, dat hij al binnen 8 weken met Sylva wil trouwen. 
De toekomstvisie van Edwin's vader is echter een totaal andere: zijn zoon zal gravin Anastasia ("Stasi") huwen en beslist niet die "juffrouw van het theater".
Edwin is opeens het beklagenswaardig middelpunt van een pijnlijk conflict...


Componist Imre Kálmán "vertaalt" het tekstboek van Leo Stein & Bela Jenbach met een stortvloed van meeslepende melodieën: nu eens bekoorlijk en bedekt ironisch, dan weer vurig en onverhuld erotisch.
Bv. in de 2e akte wordt in het 'Zwaluwenduet' door Edwin en gravin Stasi met door Kálmán ironisch bedoelde plechtigheid gefantaseerd over het samen bouwen van een nestje. Maar de gravin wijst er streng op, dat zij, "alleen als Edwin lief en braaf is", voor altijd bij hem blijft:

L I N K : Anneliese Rothenberger & Rudolf Schock: 'Machen wir's den Schwalben nach' 1953!


Het grote duet - ook in de 2e akte - van Edwin en Sylva is totaal anders van karakter ("Weisst du es noch?"). Na een jubelend intro over "oneindige vreugde, broeierige blikken, zachte strelingen en de betoverende en tegelijk angstaanjagende zang en dans van zigeuners" zwelgen zij in de herinnering aan de "zoete roes, die hen ooit in extase bracht": operette, die niet voor opera onderdoet:
L I N K : Colette Lorand & Rudolf Schock: 'Weißt du es noch...' 1953!

4 opnamen van de 'Csárdásfürstin' met Rudolf Schock als Edwin:








1) 1953 (December):

Highlights uit een complete radio-uitvoering, die gewist zou zijn.

Op Membran/Documents Ordernr. 231709 blijken de fragmenten als bonus gekoppeld te zijn aan een complete radio-uitvoering van 'Die Zirkusprinzessin' onder dirigent Franz Marszalek met Franz Fehringer als Mr. X en Sári Barabás als Fedora. Het geluid van de CD's is passabel.

Wilhelm Stephan (1906-1994) dirigeert koor en orkest van de Nordwestdeutscher Rundfunk Hamburg (NDR).

Colette Lorand (1923) zingt Sylva Varescu
Anneliese Rothenberger (1924-2010) zingt Gravin Anastasia ("Stasi")
Rupert Glawitsch (1907-1981) zingt Graaf Boni
Josef Meinrad (1913-1996) speelt Feri von Kerekes, artistiek leider van het "Orpheum"-cabaret.

Josef Meinrad

















Josef Meinrad, de beroemde Oostenrijkse toneelacteur, is hier een vreemde eend in de bijt. Maar dat is voor hem geen enkel beletsel er zonder schroom op los te zingen in het duet met Glawitsch: "Alle sind wir Sünder/Die Mädis vom Chantant".
Voor liefhebbers van de 3 Sissy-films moet Josef Meinrad een goede bekende zijn: hij speelt daarin Oberst Böckl, adjudant van de keizerin.
Rupert Glawitsch
(geschilderd door Rüdiger Wintzen)




















Rupert Glawitsch was rond de oorlog in radio-uitzendingen uitermate populair als opera- en operettetenor. Ook trad hij veelvuldig op als liederenzanger. In zijn bijdragen aan deze opnamen spat het plezier er vanaf. Hartverwarmend is  het enthousiasme, waarmee het Hamburgs radiokoor hem aanvult.


Anneliese Rothenberger


















Anneliese Rothenberger is ideaal als gravin "Stasi". Ze is gezegend met een elegante, warme sopraanstem, die perfect past bij haar rol in deze operette. Het 'Zwaluwenduet' met Rudolf Schock krijgt een luxe (én integrale!) uitvoering. Op de Rothenberger-CD 'In mir klingt ein Lied' van Sonia (nr. 77036) klinkt deze opname overigens veel beter dan op Membran. 
Colette Lorand














Colette Lorand & Rudolf Schock zijn superieur als het centrale liefdespaar.
Eén opmerking: in Sylva's openingslied 'Heia, in den Bergen ist mein Heimatland' zingt de Zwitserse zangeres de eindlettergreep van enkele werkwoorden als "an" i.p.v. "en". Zo wordt het werkwoord lieben" tot "lieban", wat "daftig" in de oren klinkt. De oorzaak is echter Zwitserse taalinvloed.


Rudolf Schock is in 1953 al geheel en al gepredestineerd voor Kálmán's meeslepende muziek!
Het grootse en ook compleet uitgevoerde duet 'Weisst du es noch'  is een genot om te beluisteren. Gelukkig bestaat er hiervan ook een klanktechnisch mooiere versie en wel op CD 'Rudolf Schock und seine Lieder' van Koch-Records (Nr. H 321 679).


2) 1954 (December):
Deze 20-minuten selectie in combinatie met die van 'Gräfin Mariza' is feitelijk de eerste commerciële operette-studio-productie van Electrola met Schock. 
In deze eeuw verscheen de opname gelukkig weer op CD (EMI 7243 5 75150 23)

Het mono-geluid van de CD is prima.


















Sári Barabás (1914-2012) zingt Sylva Varescu
Herta Staal (1930) zingt Gravin Anastasia ("Stasi")


Rupert Glawitsch zingt opnieuw Graf Boni
Wilhelm Schüchter (1911-1974) dirigeert koor & Berliner Symphoniker

***************************************************

Wilhelm Schüchter 


Wilhelm Stephan, dirigent van de radio-'Csárdásfürstin' uit 1953, Franz Marszalek en Werner Schmidt-Boelcke zijn gerenommeerde naoorlogse operette-specialisten.
Wilhelm Schüchter staat niet als zodanig bekend.
Hij was een "Kapellmeister", die internationaal vele concerten en opera's dirigeerde en de reputatie had "streng en strak" te zijn.
Rudolf Schock werkte graag met hem en Schüchter waarschijnlijk graag met Schock. 
Dit bracht hen samen in de opnamestudio's, waar Wilhelm Schüchter tot een vrijwel exclusief orkestraal begeleider werd van een tenor met een enorm gevarieerd muzikaal repertoire.
Op ELECTROLA dirigeerde Schüchter met Schock behalve opera opeens ook operette-fragmenten én populaire salon- en volksliederen ('Aus der Jugendzeit', Jöde's 'Rose-Marie', 'Alle Tage ist kein Sonntag', Winkler's 'Mütterlein', 'Caro mio ben' e.a.).
Na Rudolf Schock's overstap in 1962 naar EURODISC stopte de samenwerking tussen Schock en Schüchter niet. Er verschenen nog meer opnamen van opera en liederen als 'Der Mond ist aufgegangen', 'So nimm denn meine Hände' en 'Dank sei Dir, Herr'.


Over de solisten:

Bij muziekrecensent Thomas Voigt las ik, dat Kálmán's echtgenote Vera (1907-1999) de Hongaarse sopraan Sári Barabás als "de beste Kálmán-zangeres ooit" beschouwde. 
Sári Barabás















Na het nog eens beluisteren van de EMI-opname kan ik Vera Kálmán alleen maar gelijk geven. Sári Barabás beweegt zich als een vis in het water door de fragmentjes Kálmán-partituur. Met een stem, die kristalhelder is en een temperament, dat niet over-the-top wordt uitgespeeld.

Rudolf Schock, m.i."de beste Kálmán-zanger ooit", is in de rol van de jonge, geplaagde Edwin opnieuw in zijn element.

Rupert Glawitsch voldoet ook hier aan alle verwachtingen, maar Herta Staal is als gravin "Stasi" niet te vergelijken met Anneliese Rothenberger.  Dat is logisch. Herta Staal was geen klassiek geschoold zangeres. Ze was filmactrice en had een klein, maar lief stemmetje. 



Over samenstelling en interpretaties:


Let wel: het gaat in deze kleine selectie niet om het verhaal, maar om een boeket pakkende melodieën. Dat leidt ertoe, dat het - gehalveerde - "Zwaluwenduet" los van de rolverdeling wordt gezongen: Herta Staal zingt "Stasi ", maar haar zangpartner is niet Schock maar Glawitsch.


Graag wijs ik op een muzikale edelsteen uit deze opname van ca anderhalve minuut (track 4). 
Het orkest opent tragiek voorspellend. Edwin (Rudolf Schock) leest zijn overhaaste trouwbelofte voor, waarop Sylva (Sári Barabás) droevig antwoordt: "Das ist ja nicht möglich (Dat is toch niet mogelijk)". De laatste lettergreep "lich..." laat zij langzaam wegsterven. Het koor zingt dan indringend: "Die Mädis vom Chantant, die nehmen die Liebe nicht so tragisch". Het besef, dat de ontredderde Edwin en het verbijsterde "Mädi vom Chantant" Sylva door de grond gaan, maakt, dat je mét hen in de diepte verdwijnt.
Een diepgang, die ik toeschrijf aan de muziekdramatisch be- en gedreven Wilhelm Schüchter. 

In 1967 dirigeert Robert Stolz op het Eurodisc-Label ein veel langere selectie uit 'Die Csárdásfürstin' (SONY/EURODISC-CD-EAN:0888 43033 5929) 
Van de eerste finale, die begint met de hierboven genoemde anderhalve minuut, wordt meer uitgevoerd.
Stolz vat die eerste anderhalve minuut niet zo tragisch op. Hij werkt liever toe naar een groots, plechtig optreden van Julius Katona als levenservaren Orpheumleider.
Rudolf Schock maakt nu een bijna agressieve indruk en Margit Schramm reageert koel en met ongeloof. Het Günther Arndt-Koor benadrukt opgewekt, dat een "Meisje van Chantant" de liefde nu eenmaal niet zo tragisch opneemt. 

Orpheumdirecteur Feri von Kerekes (Katona) waarschuwt beide geliefden EN de "Meisjes van Chantant" met klem voor al te snelle huwelijksbeslissingen.
Het interpretatieverschil tussen opera-dirigent Schüchter en
operette-dirigent Stolz is overduidelijk:

L I N K :









3) 1962 (April):
Deze 'Csárdásfürstin'- en 'Gräfin Mariza'-opnamen duren elk bijna een half uur en zijn geen herhaling van de oude Electrola-opnamen van 1954.
Verderop meer over de verschillen. 
Ze verschenen deze eeuw - behalve als download - meerdere keren op CD, het laatst in september 2015 (EMI/WARNER cat.nr. 2564 60 9051 8).


















Sári Barabás  zingt weer Sylva Varescu
Guggi Löwinger (geb. 1939) zingt Gravin Anastasia ("Stasi")
Rupert Glawitsch zingt voor de 3e maal Graf Boni

Erwin Walther Zipser spreekt Leopold Maria, Edwin's vader
Fritz Helfer spreekt theaterleider Feri von Kerekes
Otto Alexander spreekt chefkelner Miksa 

Günther Arndt (1907-1976) leidt het 'RIAS-Kammerchor'  
Frank Fox (1902-1965) dirigeert de 'Berliner Symphoniker'

************************************************************
Frank Fox

Van Rudolf Schock's "vaste" orkestdirigenten bleef Frank Fox voor mij in de schaduw.
Om Wilhelm Schüchter, Werner Eisbrenner, Werner Schmidt-Boelcke, Fried Walter en Robert Stolz kon je niet heen, maar van Frank Fox wist je bijna niets en op de platenhoezen stonden nooit foto's van hem.
Intussen denk ik anders over hem: de bescheiden Frank Fox was een groot muzikant en alleskunner.
Geboren in Oostenrijk-Hongarije als Franz Fuchs. Na zijn muziekopleiding hyperactief als orkest- en bandleider, (film)componist, arrangeur. Achtereenvolgens werkzaam in Wenen, Zürich, opnieuw Wenen, Berlijn en München. Schreef de muziek voor de allereerste Oostenrijkse geluidsfilm en de allereerste Oostenrijkse naoorlogse speelfilm ('Der Weite Weg'). Maakte voor de oorlog talrijke platen met zijn dansorkest: volgende link verwijst naar één van zijn vele muziekvideo's op YouTube met het cabaretlied 'Am Besten ist's, wir fahren nach Marokko!'. Op het laatste deel van de video is een mooie foto van een jonge Frank Fox te zien: 
L I N K : Frank Fox & sein Tanzorchester 1931!

Op gedenkwaardige momenten in Rudolf Schock's carrière duikt Fox op. Zijn arrangementen en dirigeerstijl zijn sterk filmisch geïnspireerd. Schock krijgt van Fox voluit de breedte om de hartstocht van zijn zang te etaleren:




 












1957:
  • De LP 'Mit Rudolf Schock im sonnigen Süden' komt uit. Frank Fox leidt het FFB-orkest van de "Radio Forces Françaises de Berlin", een cultureel uitvloeisel van de naoorlogse verdeling van Berlijn in vier geallieerde sectoren. De LP verschijnt kort na 'Die Stimme der Sehnsucht', een film, die zich vooral in Italië (Capri) afspeelt. Een filmfoto op de hoes toont een zingende en stralende Rudolf Schock op een intiem terrazzo met goedgeluimde Italianen, die aan zijn lippen hangen en de spaghetti koud laten worden. Frank Fox verbindt de Italiaanse canzones met mediterraan-uitbundige orkestpassages en Schock's zang zwelgt in een meeslepend "italianità".
  • Frank Fox dirigeert Rudolf Schock in een luisterrijke samenvatting van Lehár's 'Graf von Luxemburg'. De levenslustige "Graf René" kon vanaf dat moment tot Schock's glansrollen worden gerekend.
  • Frank Fox spitst hoogtepunten uit de Lehár-operette 'Schön ist die Welt' voor een gelijknamige film toe op vooral de vocale kwaliteiten van Rudolf Schock. Fox, Schock en een onweerstaanbare Renate Holm (25 jaar jong!) redden daarmee de film.
April 1962: Frank Fox dirigeert met deze 'Csárdásfürstin'- en 'Gräfin Mariza'-opnamen de laatste commerciële operette-studioproductie van Electrola met Rudolf Schock. Met Kálmán begon, wat de operette betreft, Schock's samenwerking met Electrola,  met Kálmán eindigde zij ook:
Oktober 1962: Frank Fox dirigeert met een opname van 'Der Vogelhändler" de eerste commerciële operette-studioproductie van Eurodisc met Rudolf Schock.
L I N K naar tekst over Schock's overstap naar Eurodisc: Rudolf Schock sings Gaetano Donizetti (1)!

Over de Kálmánsolisten van april 1962:

Nog eens de voor de rol van Sylva Varescu geschapen Sari Barabás. Ze zingt grandioos, maar haar spreekteksten werken niet: ze klinken helaas geforceerd schalks.

Rudolf Schock en Rupert Glawitsch blijven dicht bij hun rollen van 1954. Dat bevalt goed en met hun spreekteksten is gelukkig niets mis.

Sopraan Guggi Löwinger (de latere echtgenote van de bekende tenor Peter Minich) is in tegenstelling tot Herta Staal uit de Schüchter-opname een echte soubrette. Ze zingt een bloedjonge, maar hartveroverende "Stasi".
Guggi Löwinger

De spreekrollen maken duidelijk, dat:


samenstelling en daarmee ook interpretatie anders zijn dan in 1954.

Frank Fox geeft in een half uur een begrijpelijk beeld van de operette. Hij moest daarvoor afzien van integrale uitvoering van muzieknummers. Bv. het duet "Weißt du es noch" duurt 3,09 minuten. Wilhelm Stephan mocht er in 1953 bijna tweemaal zo lang over doen. Echter:
Kálmáns"vuurwerk van zang en dans" wordt daadwerkelijk afgestoken en het mooie stereo-geluidsbeeld doet de rest. 



4) 1967 (Juni)

Tenslotte op SONY/EURODISC de grootste 'Csárdásfürstin'-selectie (CD-EAN Nr: 0888 43033 5929) met Rudolf Schock. Te groot voor nog eens een combinatie met 'Gräfin Mariza'.
De opnamen zijn nu een halve eeuw oud en waren altijd verkrijgbaar.




















Margit Schramm (1932 - 1996) zingt Sylva Varescu
Dorothea Chryst (geb. 1940) zingt Gravin Anastasia ("Stasi")
Ferry Gruber (1926 - 2004) zingt Graf Boni
Julius Katona (1902 - 1977) zingt Orpheumdirecteur Feri von Kerekes
Rudolf Fernau (1898 - 1985) spreekt Leopold Maria, vader van Edwin Ronald

Het 'Günther Arndt-Chor'
Robert Stolz (1880 - 1975) dirigeert de 'Berliner Symphoniker'

*************************************************************
Robert Stolz



Robert Stolz, de oude en laatste coryfee van een ooit bloeiend muziekgenre, wist zich "als een monumentale, verweerde boom uit het Weense Prater"(Bernard Grun) te handhaven tot in het midden van de jaren 70 van de vorige eeuw.

Als jonge man dirigeerde hij in 1905 en 1909 de wereldpremières van o.a. Lehár's 'Lustige Witwe' en 'Graf von Luxemburg'.
Stolz leidde orkesten met een dirigeerstokje, dat hij van Franz Lehár had geërfd. Deze had het stokje op zijn beurt weer van Johan Strauss Jr. gekregen. 
Als componist was Robert Stolz gedurende zijn hele, lange leven ongelooflijk productief. Veel van zijn melodieën brachten het tot wereldfaam en bereikten de status van "onverwoestbare evergreen".

Robert Stolz en Rudolf Schock leerden elkaar in 's-Hertogenbosch op zaterdag, 11 november 1961 kennen.
T.g.v. de opening van het carnavalsseizoen.
Stolz dirigeerde die avond een concert van het Brabants Orkest met muziek van Strauss Jr., Lehár, Kálmán en hemzelf.
Schock was solist en het concert werd op de Nederlandse radio uitgezonden.

Vanaf juni 1963 tot in 1970 maakten Robert Stolz, Rudolf Schock en meestal Margit Schramm vele plaatopnamen met evergreens/ operettemelodieën van Robert Stolz, volledige & gedeeltelijke uitvoeringen van operettes van Johann Strauss Jr., Franz Lehár, Carl Millöcker, Imre Kálmán, Oscar Straus en Robert Stolz zelf.
Op tv dirigeerde Stolz - met Schock als titelheld - in 1964 een rijk uitgevoerde film van 'Der Zigeunerbaron' onder regie van Arthur Maria Rabenalt. Een jaar later was deze 'Zigeunerbaron' live te bewonderen  in de Weense Volksopera.

In de Beneluxlanden herleefden in de concertzalen en op tv - op initiatief van Robert Stolz - zijn vroegere 'Ein Abend in Wien'-concerten.
Dat gebeurde voor het eerst in de lente van 1967, daarna nog eens in september 1967, 1968 en 1969 (1969 met de tenor Heinz Hoppe, omdat Rudolf Schock in de zomer van dat jaar ernstige hartproblemen kreeg).
In de jaren 70 werden - na een stop van 2 jaar - de concerten hervat. Met Rudolf Schock, maar zonder Robert Stolz, omdat deze de zware tournees niet meer aankon.
Schock's partner in de meeste 'Ein Abend in Wien'-concerten was Margit Schramm.
De 'Abend in Wien'-concerten met Rudolf Schock duurden t/m 1985.
Na Stolz dirigeerden o.a. Nico Dostal, Willi Boskovski en Franz Bauer-Theussl.

Over de 'Csárdásfürstin'-uitvoering van juni 1967












Robert Stolz zet accenten op de scènes. die van belang zijn voor de dramatische voortgang van het verhaal (zie de eerder in dit artikel gemaakte vergelijking tussen Schüchter en Stolz). De 1ste en ook 2e finale krijgen van Stolz veel aandacht. Maar bv. het populaire 'Zwaluwenduet' houdt hij beknopt. De plaats daarvan in zijn muzieknummer- selectie is echter to the point.
Stolz bewijst: een drie kwartier durende samenvatting van een operette is (meestal) voldoende om de beleving te geven, dat je naar de complete uitvoering luistert. Enkele zorgvuldig gekozen, gesproken teksten versterken die beleving en Kálmán's muzikale vondsten krijgen de grootse uitvoering, die ze verdienen. 

Rudolf Schock's Edwin Ronald klinkt in de 1ste finale  - ik schreef het al - "bijna agressief". 
Van Edwin's jeugdige onervarenheid en ontreddering in 1954 kan in 1967 uit de mond van de dan 51-jarige tenor geen sprake meer zijn. Daarvoor in de plaats komt Schock's brede muziektheater-ervaring, van waaruit hij zich geheel en al vereenzelvigt met het karakter, dat hij gestalte geeft. Nu eens van felle emotie getuigend, dan weer fijngevoelige vocaliteit demonstrerend.

Margit Schramm is ten tijde van deze opname op haar allerbest. 
Pas op voor kritieken, die op vooroordelen zijn gebaseerd! Ik kan alleen maar herhalen: voor de oorlog zou zij een ware en geroemde operettediva zijn geweest. In de vroege jaren zestig ziet de muziekwereld de jonge, mooie zangeres als een belangwekkende ontdekking. In de loop van de jaren zestig blijkt zij met gemak in staat de grote operetterollen superieur te zingen en te acteren. Haar onbevangen en natuurlijke interpretatie van Hanna Glawari in 'Die lustige Witwe' (1966) is tegenovergesteld aan die van Elisabeth Schwarzkopf. Menigeen bekritiseert de "gekunsteldheid" daarvan.
Andere klassieke operetterollen, waarin Schramm weet uit te blinken, zijn Lisa in 'Das Land des Lächelns', barones Christine in 'La Vie Parisienne', en Franziska Cagliari in 'Wiener Blut'.
Ook de Sylva Varescu van deze opname is een glansrol:
Haar openingslied 'Heia, heia, in den Bergen ist mein Heimatland'  is direct al  majestueus. Margit Schramm doet het anders dan Sári Barabás, maar maakt minstens zoveel indruk.
Ik kan begrijpen, dat de sopraan, die later in uitsluitend operetterollen zou excelleren, in haar vroegste rol succesvol was als Giulietta in de opera 'Les Contes d'Hoffmann' van Jacques Offenbach.
In de vele operette-opnamen met Rudolf Schock toont ze zich lang niet altijd een operette-zangeres pur sang. Ik vermoed dan ook, dat haar talent veelzijdiger was.
(L i n k: Margit Schramm & Rudolf Schock in Jessels 'Schwarzwaldmädel') 


Dorothea Chryst
is een warm klinkende, sympathieke Anastasia.
Ze was als lichte sopraan en soubrette ook actief in een groot aantal opera's.
Het 'Zwaluwenduet' met Rudolf Schock is een pareltje.


Julius Katona
was in zijn jongere jaren een veelzijdig tenor o.a. aan de Berlijnse opera. In de eerste finale is zijn karakteristieke geluid uitvoerig te horen. Daar dirigeert Robert Stolz hem in de rol van wijze Orpheumdirecteur naar het middelpunt van de handeling (beluister bovenstaande muziekvideo!) 






Ferry Gruber
was in de jaren 60 de vaste buffo-tenor in vele operette-opnamen van Eurodisc.
Een geweldige rol speelde en zong hij in de volledige Eurodisc-opname van  'La Vie Parisienne' als de Parijse levensgenieter Raoul de Gardefeu.
Maar zijn muzikale wereld was groter: Tot zijn repertoire behoorden naast lyrische rollen in klassieke en moderne opera's ook cantates van Johann Sebastian Bach.


Rudolf Fernau
was een bekende Duitse toneel- en filmacteur.
De lijst van films, waaraan hij meewerkte, loopt van de jaren 30 tot de jaren 80 van de vorige eeuw (Wikipedia).

Hij speelde vaak ondoorgrondelijke karakters in duistere situaties.
In de 2e finale horen we hem als conservatieve vader van Edwin Ronald. Met spreekstem, want een zanger was hij niet.



Krijn de Lege 5.10.2017

(In het 3e, dus volgende 'Rudolf Schock zingt Imre Kálmán'-artikel staat de operette 'Gräfin Mariza' centraal)