22.02.15

100th BIRTHDAY RUDOLF SCHOCK: RS sings first act finale 'KUHREIGEN' by Wilhelm Kienzl

MAAR EERST:

Nu op YouTube het
volledige Schubertlied!












'Nacht und Träume'
(Text: Matthäus von Collin/Muziek: Franz Schubert)

Dit prachtige lied staat al met Rudolf Schock op YouTube,
maar ruim twintig wezenlijke seconden ontbreken!
Daarom heb ik op YouTube een weliswaar oude, maar complete
copie ernaast gezet.

***********************
100th birthday Rudolf Schock (One of my 25 favourites for the 'lonely island': 2)
 




Rudolf Schock zingt de finale 1e akte van de opera 'DER KUHREIGEN' van Wilhelm Kienzl (1857-1941):
























"Als men dit LP-plaatje maar eenmaal aan wil horen, dan voorspel ik, dat dit een bestseller wordt"
Aldus operarecensent Leo Riemens (1910-1985) in het
'onafhankelijk maandblad voor grammofoonplaten-liefhebbers "LUISTER...!" ' van april 1958).

Riemens schreef verbaasd, dat dit 45-toerenplaatje pas de eerste opname van deze scène was, die hij hoorde "sinds de oude Tauber-plaat uit 1921!"
Hij noemde 'Der Kuhreigen' "Wilhelm Kienzl's meesterwerk".
Hij maakte reclame voor de opera, die "zelfs in Chicago in het Frans werd opgevoerd" en "bijzonder fijnzinnig" is "met een sterk dramatisch en interessant tekstboek".
Hij zei een jaar later nog eens in zijn 'Groot Operaboek' (uitgave van 1959), dat de "verwaarlozing" van 'Der Kuhreigen' "onbegrijpelijk"
is gezien het succes, dat de opera in alle Duitse theaters in de eerste jaren na de Weense première (1911) had.

Maar het was allemaal tevergeefs: het plaatje werd geen bestseller en het verwaarlozen van 'Der Kuhreigen' ging gewoon door.
De 1e finale met Schock kwam nog wel compleet uit op LP, maar op CD en als download bleek hij gehalveerd te zijn.

De Oostenrijker Wilhelm Kienzl (1857-1941) werd tot in de jaren dertig van de vorige eeuw gewaardeerd als een belangrijk componist en dirigent.
De jonge Wilhelm Kienzl





















Anno 2015 heeft menig operaliefhebber nooit van hem gehoord en wordt zijn naam in Duitstalige landen bijna uitsluitend nog in verband gebracht met 'Der Evangelimann', een opera, die "tamelijk sentimenteel" zou zijn. Dit ligt vooral aan de tenoraria op Bijbelse tekst met aansluitende kinderkoorscene: 'Selig sind die Verfolgung leiden...(Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want van hen is het Koninkrijk der hemelen)'. Dit fragment is o.a. in kerkelijke gemeenschappen - maar niet alleen daar - een (ja, déze aria wel!) 'bestseller' gebleken. Met dank aan de tenoren, die het - temidden van een toegewijde kinderschaar - met groot enthousiasme bleven zingen.

Na de 2e wereldoorlog maakte Rudolf Schock het lied opnieuw populair.
Op grammofoonplaat voor het eerst in 1952. Deze zeldzame (mono-)versie, die wat ingekort is en zo lang ik mij kan herinneren niet meer in de handel, staat nu op YouTube:
 












In 1953 klonk het lied vanaf het witte doek in de Tauber-film 'Du bist die Welt für mich' en vervolgens tijdens talloze (koor)concerten. Schock zong de aria in totaal 6x op de plaat en "Verehrer" brachten er nog een aantal concertopnamen van in omloop. O.a. die uit Schock's allerlaatste (koor)concert van november 1986.

Rudolf Schock als Evangelimann in 1972
(Wat is er van het koorjongetje met meisjespruik geworden, dat
zich aan de fotosessie-discipline onttrekt en
te laat opgemerkt in de camera kijkt?)























Merkwaardig is, dat Rudolf Schock tot nu toe één van de weinige tenoren was, die bij YouTube niet als 'Evangelimann' viel te beluisteren.

"Der Kuhreigen"

Korte beschrijving van de handeling:















Ten tijde van de Franse Revolutie. Het is 1792. Zwitserse huursoldaten van de Franse koning zijn op de binnenplaats van een kazerne bij Parijs.

De Zwitserse onderofficier Primus Thaller (tenorpartij) legt in weemoedige stemming zijn arm om de schouders van een medesoldaat (Dursel) en maakt hem attent op de prachtige avondhemel: "Lug, Dursel, lug: Der Abend bricht herein.../Kijk, Dursel, kijk (vgl. het Engelse 'Look'): de avond breekt aan...".

In (vocale) vervoering (1e deel finale) wordt Primus (later ook Dursel) overmand door intens heimwee naar het Zwitserse 'Heimatland'. Plotseling begin hij zachtjes de verboden (!) melodie van de 'Kuhreigen' te zingen (2e deel finale 'Zu Straßburg auf der Schanz'). De andere Zwitsers zingen geëmotioneerd met hem mee (De 'Kuhreigen' is een lied, waarmee eeuwen geleden boeren in de Zwitserse Alpen hun koeien riepen om te worden gemolken).

Gealarmeerde Franse soldaten stormen de binnenplaats op om de 'opstandige' huursoldaten te arresteren. Maar Primus bekent, dat hij met het zingen begon. Hij wordt in de boeien geslagen en zingt een laatste gebedscouplet.

In het 2e en 3e bedrijf gaat het om de liefde tussen Primus en Blanchefleur. Hij, een gevangen buitenlandse huursoldaat en zij, de echtgenote van een Franse markies. Blanchefleur pleit bij de koning met succes voor het leven van Primus.

De revolutie zorgt voor een grondige rolwisseling. Aan het eind van de opera krijgt Blanchefleur de kans te kiezen tussen een leven aan de zijde van Primus en het schavot. Ze kiest - noblesse oblige -voor het schavot.

Het probleem van de "Zwitserse ziekte"

'Zwitserse ziekte (heimwee)'
foto: Oskar Gustav Rejlander 1813-1875

















Zwitserse mannen waren gewild als huursoldaat in Franse en Nederlandse regeringsdienst. Maar een probleem was, dat ze bij het horen van vaderlandse liederen en vooral het 'Kuhreigenlied' dikwijls ziek werden van heimwee en halsoverkop deserteerden.
Daarom stond op het zingen was deze liederen de doodstraf. Overigens scheen elders in Europa de Schotse doedelzak dezelfde werking uit te oefenen.

De muziek:

Kienzl's muziek was omstreden.
Critici wisten, dat Kienzl in zijn beginnersjaren in Bayreuth Richard Wagner had geassisteerd. Prompt herkenden zij Wagner in Kienzl's componeerstijl.

Richard Wagner
(1813-1883)











Nu was het in de tijd van Kienzl sowieso lastig onder de schaduw van Wagner uit te komen. Maar het lukte Kienzl - grotendeels - een eigen aansprekende stijl te ontwikkelen.
Wonderlijk was echter weer, dat waar de ene belangrijke muziekcriticus of vakcollega (Korngold!) Kienzl prees om de eenvoud en zingbaarheid van zijn melodieën, de andere dat juist veroordeelde.
Wat 'Der Kuhreigen' betreft, was vooral 'Zu Straßburg auf der Schanz/In de loopgraaf van Straatsburg' een twistpunt.
Dit 'Straßburglied' is een oud Duits lied van 6 coupletten, dat door Von Arnim en Brentano begin 19e eeuw (Romantik!) werd opgenomen in 'Des Knaben Wunderhorn', een grote verzameling teksten van Duitse volksliederen:
















    1. Zu Strassburg auf der Schanz, da ging mein Trauern an;
      das Alphorn hört' ich drüben wohl anstimmen,
      ins Vaterland musst' ich hinüberschwimmen, das ging gar nicht an.
    2. Ein Stund' wohl in der Nacht sie haben mich gebracht;
      sie führten mich gleich vor des Hauptmanns Haus,
      ach Gott, sie fischten mich im Strome auf, mit mir ist's aus!
    3. Früh morgens um zehn Uhr stellt man mich vor das Regiment;
      ich soll da bitten um Pardon,
      und ich bekomm' gewiss doch meinen Lohnm das weiss ich schon!
    4. Ihr Brüder allzumal, heut' seht ihr mich zum letztenmal.
      Der Hirtenbub ist doch nur schuld daran,
      das Alphorn hat's mir angethan, das klag' ich an.
    5. Ihr Brü,der alle drei, was ich euch bitt', erschiesst mich gleich;
      verschont mein junges Leben nicht,
      schiesst zu, dass das rote Blut 'raus spritzt, das bitt' ich euch.
    6. O Himmelskönig, Herr, nimm du mein' arme Seel' dahin,
      nimm sie zu dir in Himmel ein,
      lass sie ewig, ewig bei dir sein, und vergiss nicht mein
    O.a. Fridrich Silcher (1789-1860), Gustav Mahler (1860-1911) en Wilhelm Kienzl componeerden er muziek bij.
    Silcher laat alle coupletten ongemoeid en herdoopt het lied in: 'Der Schweizer/De Zwitser'.
    Mahler volstaat met de 4 eerste coupletten en Kienzl gebruikt voor zijn opera de coupletten 1, 3, 4 en 6.

    Wilhelm Kienzl had een bewonderenswaardig talent voor het schrijven van theatermuziek, die de mensen diep raakte: de zogeheten 'Volkston', die ongekunsteld en direct is, maar eenvoudig lijkt.
    Hij volgde daarmee al dan niet bewust het uitgangspunt van de
    liedcomponist Johann Abraham Peter Schulz (1747-1800).
    Deze stelde, dat het geheim van de 'Volkston' ligt in de "schijn van het bekende". Een componist bereikt dat, als hij de voortschrijdende melodie consequent onderschikt maakt aan de loop van de tekst. Schulz toont dit bv. aan in zijn muzikale versie van het Matthias Claudius-gedicht 'Der Mond ist aufgegangen'
    (zie ook op internet: Gerald Krammer's 'Bachelorarbeit' over Kienzl's
    'Kuhreigen' met als titel: "Revolution auf der Bühne" van juli 2013)

    Wilhelm Kienzl reageerde met bescheidenheid op de kritiek, die hij kreeg (in "Meine Lebenswanderung: Erlebtes, Erschautes" 1926):

    "In de kunst moet je of de zinnen prikkelen, of het hart treffen. Een tussenweg is er niet. Ik koos voor het laatste"

    "Goedkoop profiteren van de werking, die het toneelgebeuren op de toeschouwer heeft? Dat is geen sluwe berekening, maar eerlijke kunst"

    De oudere Wilhelm Kienzl


















    Rudolf Schock zingt de finale 1e akte uit 'Der Kuhreigen'
    Leo Riemens had gelijk. Deze scène is onweerstaanbaar. Van Rudolf Schock (1955), van Richard Tauber (1921, 1931) en van Fritz Wunderlich (eind jaren 50/begin jaren 60).
    Er is waarschijnlijk nóg wel een enkele uitvoering, maar het is verbazingwekkend, dat zo'n mooie en toegankelijke melodie gedurende een relatief korte periode tot het brede publiek is doorgedrongen.










    Fritz Wunderlich: o.a. op YouTube. Liefdevol en - ook door het mannenkoor - technisch uiterst gepolijst gezongen,
    een zeer transparante opname (stereo). Orkestbegeleiding in lichtere kleuren, die associaties met Wagner de kop indrukken.







    Richard Tauber: op YouTube (1931) zijn de 2 delen van de finale apart van elkaar te horen. Wat opvalt zijn Tauber's soms bijna nonchalante gemak en de zelfverzekerde accenten, die hij hier en daar in de tekst plaatst. De regels van de bariton (Dursel) in 'Lug, Dursel, lug' zingt Richard Tauber zelf.










    Rudolf Schock: op oude LP's en vanaf nu de complete finale alleen op YouTube (maar helaas niet in Duitsland!)
    Dirigent van de mono-opname is Richard Kraus (1902-1978), zoon van Ernst Kraus.
    (Ernst Kraus was bevriend met Enrico Caruso en tussen 1898 en 1923 vermaard als Wagner-tenor in Berlijn en Bayreuth.
    Zoon Richard verwierf in Duitsland grote faam als opera-dirigent)
    Richard Kraus










    Kraus gaat in zijn directie van het orkest van de Deutsche Oper Berlin de schaduw van Wagner niet uit de weg en schept een krachtig klankbeeld.
    Rudolf Schock en de zich met natuur en God verbonden voelende
    Primus Thaller vallen volkomen samen.
    
    Bariton Alfons Herwig











    Hij, de heldenbariton Alfons Herwig (Dursel), de andere 'Zwitsers' en het orkest maken van het hoorspel een meeslepend schouwspel. Let op de onheilspellende inzet van het orkest na Primus' ferme 'Das klag' ich an!'. Je ziet de Fransen de binnenplaats opstormen.

    Ja, als men deze 'Kuhreigen' finale maar eenmaal aan wil horen, dan voorspel ik, dat deze in het 100ste geboortejaar van Rudolf Schock een 'YouTube'-hit wordt!

    Krijn de Lege, 22 februari 2015

    Keine Kommentare: