20.05.13

RUDOLF SCHOCK ZINGT EDVARD GRIEG (update 26.7.2015)

Rudolf Schock zingt EDVARD GRIEG

EDVARD GRIEG
foto van Nicola Perscheid (1864-1930) bevindt
zich in de openbare bibliotheek van Bergen (Noorwegen)























Rudolf Schock als zanger van klassieke liederen stond al centraal in de blogtekst: 'Rudolf Schock zingt Johannes Brahms'.
Het kan echter verrassen, dat Schock behalve liederen van Schubert, Schumann, Brahms enz. ook 'Kunstlieder' van de Noorse componist Edvard Grieg voor de grammofoonplaat zong.
 
Toch is dat niet zo merkwaardig. De liederen van Grieg, muziekstudent in het Duitse Leipzig, wortelen in de (laat)Duitse 'Romantiek', zij het dat ze soms moderner aandoen: impressionistisch en vrijzinnig. Verder componeerde hij niet alleen op Noorse, maar ook op Duitse teksten. Dat maakt het begrijpelijk, dat in de 20ste eeuw Duitstalige zangers als Richard Tauber en Rudolf Schock een paar welluidende 'Songs of Norway' in hun repertoire opnamen.
 
Het muzikaalcreatieve talent van Edvard Grieg (1843 - 1907) uit het Noorse Bergen lag niet zo zeer in het monumentale. Zijn indrukwekkend
opus 16, het vroege pianoconcert in a-mol, vormt daarop de eenzame uitzondering. Want meer groots opgezette pianoconcerten kwamen niet tot stand en Griegs pogingen een opera en een symfonie te componeren liepen vast.
 
Edvard Griegs grote kunst lag in het kleine: lyrische kostbaarheden voor piano (Grieg was ook een uitstekend pianist!), sfeervolle liederen en effectvolle toneelmuziek. De muziek voor het theater werkte hij later om tot suites voor orkest: composities voor de concertzaal, die een plot instrumentaal, zonder toneelhandeling dus, beeldend navertellen. Vooral de twee Peer-Gynt-Suites, opus 46 en 55, die Grieg oorspronkelijk voor Henrik Ibsens toneelstuk 'Peer (= Peter) Gynt' schreef, werden publiekslievelingen.
 























Een tweede, belangrijke verdienste van Edvard Grieg was, dat hij erin slaagde de Noorse volksmuziek in Europa 'salonfähig' te maken. De "schellen vielen (hem) van de ogen" toen hij in 1864 bevriend raakte met Rikard Nordraak, componist van het Noorse volkslied en generatiegenoot.
RIKARD NORDRAAK
foto, die pas in 1914 gepubliceerd werd.
Uitgever: F. Bruns Bokhandels Forlag
te Trondheim 



















Via Nordraak (die in 1866 al op 23-jarige leeftijd aan tbc zou overlijden)
leerde Grieg de volksliederen van het Noorden "en (zijn) eigen identiteit" kennen en vanaf dat moment zette hij zich in voor de Scandinavische muziek. Als ambassadeur van de "School van het Noorden" trok Grieg door heel Europa, wat hem in Cambridge en Oxford 'als bijvangst' een dubbel eredoctoraat opleverde.

{NB:
De plot van de musical 'Song of Norway' uit 1944 (Robert Wright & George Forrest schreven samen tekst en muziek) gaat losjes over de periode van de vriendschap tussen Edvard Grieg, Rikard Nordraak én Griegs latere vrouw, de sopraan Nina Hagerup. De muziek leenden Wright & Forrest van Edvard Grieg. In 1970 verscheen de verfilming, die nog veel vrijer omging met de historische feiten. Een jaar later namen Anno Moffo en Rudolf Schock musicalfragmenten op, waaronder het Engels gezongen duet 'Strange Music' uit 'Song of Norway'. Moffo zong Nina Hagerup en Schock Edvard Grieg.
Werner Eisbrenner dirigeerde (siehe auch: 'RS zingt 'Leonard Bernstein e.a.').
   
  
Rudolf Schock zingt vijf liederen van Edvard Grieg
 
Schocks Grieg-opnamen verdienen m.i. aandacht. Op CD zijn ze - voor zover mij bekend - niet uitgebracht en de LP's, waarop ze staan, zijn moeilijk te verkrijgen. Ik licht ze toe in de volgorde van opnamedata en plaats de eerste en vierde op YouTube. Later kan ik er evt. een ander tweetal aan toevoegen.

1: 24.1.1965 'O Mutter du, ich liebe dich' (opus 58-2). Dirigent: Frank Fox.
 
De opname raakte verdwaald op een LP met 'moederliederen', een genre, waarvan het noemen alleen al bij menigeen de muzikale moed in de schoenen doet zinken.
Toch gaat het hier veelal om respectabele 'Unterhaltungslieder' van gerespecteerde componisten als Werner Richard Heymann, Werner Bochmann, Norbert Schultze, Gerhard Winkler, Frank Fox en de Italiaan Cesare Andrea Bixio, van wie bv. Benjamino Gigli 'Mamma' beroemd maakte. Sommige 'moederliederen' herinneren aan de laat-19e eeuwse salonliederen (zie ook: 'RS zingt Carl Bohm') en mogen gerust worden gezien als een voortzetting daarvan voor de huiskamers van de 20ste eeuw: 'Music for the Millions', naïef, gevoelig, maar  geliefd. Overigens, waarom zou je wel de seizoenen, de natuur, verleden, heden en toekomst, een grote liefde en babys in de wieg mogen bezingen en niet je eigen moeder, uit wie je geboren bent?
Rudolf Schock zong ze met verve: voor Electrola op een 45-toerenplaatje in de jaren 50 o.l.v. concert- en operadirigent (!) Wilhelm Schüchter en voor Eurodisc op de LP 'Geliebte Mutter' in de jaren 60 o.l.v. dirigent en filmcomponist Frank Fox. 
Frank Fox
(1909-1963)

Op de LP 'Geliebte Mutter' kwam 'O Mutter du, ich liebe dich' van Edvard Grieg voor en in die compilatie was dat onbewust of bewust een vergissing.
Het lied (Noorse titel: 'Til Norge'), dat ook bekend staat onder de Duitse titel 'An der Erde',werd gecomponeerd in 1893. De dichter John Paulsen en Edvard Grieg verklaren daarin de liefde aan 'Moeder Aarde Noorwegen'. Bijzonder is de beknoptheid en eenvoud van het lied oftewel de zeggingskracht door weglating. Rudolf Schock ontroert in de slotregel: 'Mehr kann ich dir nicht sagen':

In het Noors
Du er min mor, jeg elsker dig,
dermed er alting sagt!
Du fødte mig, du plejed mig,
holdt om min barndom vagt.
Du er min mor....
 
In het Duits
O Mutter du, ich liebe dich.
Mehr kann ich dir nicht sagen.
Du hegtest mich, du schütztest mich
Seit meiner Kindheit Tagen.
O Mutter du ....
 
In het Nederlands
O Moeder ach, ik hou van u.
Meer valt er niet te zeggen.
U verzorgde mij, u beschermde mij
sinds ik ben geboren.
O Moeder ach ....
 
2 und 3: 6.2.1968 'Ich liebe dich' (opus 5-3) und 'Ein Traum' (opus 48-6). Dirigent: Werner Eisbrenner.
    Werner Eisbrenner
    (1908-1981)












De liefdesliederen 'Ich liebe dich (Jeg elsker dig)' en 'Ein Traum (En Drøm)' stonden op de LP 'Rudolf Schock: Erinnerungen an Richard Tauber'. De inhoud van het eerste lied - uit 1866 en dus één van Griegs vroegste liederen -kan worden samengevat in de regels: 'Du mein Gedanke, du mein Sein und Werden, ich liebe dich in Zeit und Ewigkeit!' Het uit het Deens vertaalde gedicht (dat ook in de musical 'Song of Norway' voorkomt) is van niemand minder dan de letterkundige Hans Christian Andersen (1805-1875), die door zijn geniale sprookjes wereldberoemd werd.

HANS CHRISTIAN ANDERSEN 1869
in de tuin van Roligheden bij Kopenhagen
(nl.wikipedia.org)


















'Ein Traum' schreef Grieg rond 1888 op een tekst van Friedrich von Bodenstedt, waarvan ik hier het 5e en laatste couplet uitschrijf, omdat dit de inhoud goed weergeeft:

'O frühlingsgrüner Waldesraum!
Du lebst in mir durch alle Zeit.
Dort ward die Wirklichkeit zum Traum,
Dort ward der Traum zur Wirlichkeit!'  

Beide liefdesliederen (vooral 'Ein Traum') hebben een onstuimig karakter en worden door Rudolf Schock dan ook gepassioneerd gezongen.


4: 9.6.1973 'Im Kahne (In de roeiboot)'(opus 60-3). Dirigent: Werner Eisbrenner
 
In het Duits
Möven, Möven in weißen Flocken!
Sonnenschein!
Enten stolzieren in gelben Socken
schmuck und fein.
Fahr', fahr' zum Fischerstrand,
ruhig ist es am Scheerenrand:
rings die See liegt so stille,
Wo-wo-wille.

Löse, löse mein Schatz, die dichte Lockenpracht,
dann laß' uns tanzen, die warme, lichte Juninacht.
Wart', wart',
zu Sankte Hans gibt es Hochzeit mit lustgem Tanz,
Geigen in Hülle und Fülle,
W0-wo-wille.

Wiege, wiege mich, blanke Welle,
immer fort!
Lieblich naht, wie die schlanke Gazelle,
mein Schätzlein dort.
Wieg', wieg' in Traum mich ein,
du bist mein und ich bin dein.
Geigen, schweiget nun stille...
Wo-wo-wille.

In het Nederlands
Meeuwen, meeuwen als witte vlokken!
Zonneschijn!
Eenden pronken in gele sokken
schoon en fijn.
vaar, vaar naar 't vissersstrand
rustig is het aan de rotsenrand:
overal zee ligt zo stille,
Wo-wo-wille.

Losser, maak los mijn schat, je dichte lokkenpracht,
dan: laat ons dansen, de warme, lichte Juninacht.
Wacht, wacht,
op 'Sankte Hans' (*) is er bruiloft met onbekommerd dans,
Violen in overvloed,
Wo-wo-wille

Wieg, ja wieg, kristallen golf,
mij eindeloos!
Vol gratie nadert daar de slanke gazelle,
mijn liefste schat.
Wieg, wieg mij tot ik droom:
jij bent van mij en ik van jou.
Violen, zwijgt nu stille,
Wo-wo-wille.

(*): Sankte Hans = 21 juni, de datum van het midzomerfeest.

'Op het water'
(eigen foto 1994)

















De Noorse titel van 'Im Kahne' luidt: 'Mens jeg venter (Op het water)'. Het lied kwam uit in 1894 en grijpt terug op een oud volkslied. De Noorse tekst is van Vilhelm Krag.
Het steeds herhaalde 'Wo-wo-wille' bestaat niet als woord of woordgroep. De dichter bootst slechts in klanken het wiegen van het bootje op het water na. Bijvoorbeeld te vergelijken met 'Suja, suja' in het Nederlandse wiegeliedje 'Suja, suja kindje, slaap maar zacht'.
Of met het waarschijnlijk van 'lullaby' afgeleide 'lullala, lullala, leila' in de Duitse versie van 'Ma Curly Headed Babby', dat Rudolf Schock in 1973 op dezelfde dag opnam als Griegs 'Im Kahne'.


Het valt overigens op, dat Schocks vocale mogelijkheden - na enige twijfel rond 1971 - in de eerste helft van de jaren 70 zeker niet uitgeput waren. Oude Electrola-paradenummers als Toselli's 'Serenade' en een aantal populaire Italiaanse 'canzonen' laten een uitgesproken goede, frisse indruk achter.
In Griegs 'Im Kahne' lijkt Schocks stem niet helemaal in optima forma te zijn, maar hij maakt dat meer dan goed door optimale uitdrukkingskracht:
 
5: Oktober 1976 'Landerkennung (Landherkenning)' (opus 31). Dirigent: Fried Walter en het mannenkoor van de Duitse Opera Berlijn o.l.v. Walter Hagen-Groll. 

Fried Walter
(1907-1996)
  
     








In het epische koorwerk 'Landkjenning' naar een gedicht van Björnstjerne Björnson heeft Grieg tot op hoge leeftijd wijzigingen aangebracht. Het is geschreven voor mannenkoor, baritonsolo en orkest. De solist zingt zijn twee coupletten ongeveer op 2/3 van het stuk, als koning Olav Trygvasson een heroisch gebed aanheft.

De inhoud
is gebaseerd op ware gebeurtenissen aan het eind van de 11e eeuw.
De op zeer jonge leeftijd verbannen Noorse koning Olav Trygvasson (964 - 1000) vaart na 30 jaar terug naar zijn vaderland om aldaar het christendom te brengen. Bij het opdoemen van de ontoegankelijke, duistere kust van
Noorwegen dreigt Olav alle moed te verliezen.
"Bij het opdoemen van de duistere kust"
(eigen foto 1994)
















Maar plotseling herkent hij op aanwijzing van "iemand uit het volk" sneeuwwitte koepels en grijze tempelmuren, die hoog boven alles uitrijzen, en overziet hij landstreken, die zich met watervallen en wouden in lentepracht ontvouwen. Hij hoort klokken en massaal orgelspel en als bij toverslag maakt zich een diep verlangen van hem meester. Hij prijst de Allerhoogste, van wie hij geheel vervuld is en bidt om een blijvend, sterk geloof. Vervolgens doen de manschappen hetzelfde en herhalen zij het gebed van hun koning.

Koor en orkest klinken voortreffelijk en Rudolf Schock kleurt de solo voor bariton(!) gepast heldhaftig in. 'Landerkennung' staat op de LP 'Hab' oft im Kreise der Lieben', die Eurodisc in 1977 produceerde.

Koning Olav Trygvasson landt op de Noorse kust
Tekening van Peter Nicolai Arbo (1831-1892)














Krijn de Lege, 18.6.2013/26.7.2015

Een volgend keer:
Rudolf Schock zingt Georg Friedrich Händel.  

Keine Kommentare: