14.05.12

RUDOLF SCHOCK ZINGT BENJAMIN GODARD


Rudolf Schock zingt Benjamin Godard



Benjamin Louis Paul Godard was ooit veelbelovend.
Als jong componist kreeg hij in 1878 - 28 jaar oud - van zijn geboortestad Parijs een prestigieuze prijs voor zijn dramatische symfonie 'Le Tasso'. Vier symfonieën volgden, alsmede concerten voor viool, piano en fluit, strijkkwartetten, meer dan honderd liederen en acht opera's.
In 1888 was hij een gerenommeerde, Franse componist. In dat jaar ging in Brussel en Parijs zijn grote, romantische opera (opus 100!) 'Jocelyn' in dubbelpremière. Hij sprak zich in het openbaar uit tegen werk en opvattingen van de in het muziekleven van die tijd centraal staande Richard Wagner en bewonderde geestverwante componisten als Mendelssohn en Schumann.
Benjamin Godard was ook populair. Zijn kleurrijke composities brachten zijn vereerders in de poëtische sferen van de verre oriënt, de Schotse Highlands, de idylle van het Italiaanse platteland en het ontoegankelijke hooggebergte. Zijn kamermuziek en liederen waren geliefd en veelgevraagd in de salons van Parijs en andere Europese steden (lees verder:'Rudolf Schock zingt Carl Bohm'!).

Maar dan krijgt Benjamin Godard tbc. Hij sterft in 1895, pas 45 jaar oud.
Godard's muziek wordt zeker nog gespeeld, maar van zijn roem is niet veel overgebleven. Alleen is daar nog altijd de herinnering aan dat ene, onverwoestbaar gebleken 'wiegelied', dat eigenlijk geen wiegelied is. 

Benjamin Godard's 'Berceuse'



is een wonderschoon lied uit de 2e akte van de opera 'Jocelyn' ('Jocelyn' is de naam van een man!).
Dankzij dat lied is de titel van de opera blijven hangen. Het werk zelf is nagenoeg vergeten.

Dit bewijst natuurlijk niet, dat de overige muziek uit de opera 'Jocelyn' niets voorstelt. Waar zou trouwens een hedendaagse muziekrecensent een gefundeerde kijk op Godard's opera vandaan moeten halen? Er bestaan - behalve van genoemd lied - geen platen of CD's van. Toch vind je op internet  aanmerkingen op de opera. Die moeten zijn overgeschreven van meningen uit het verleden. Klakkeloos en zonder bronvermelding. Vervolgens zijn er weer nieuwe critici, die de aanmerkingen op internet copiëren en ga zo maar door.

Misschien is Godard's imago beschadigd door de 'Berceuse'. Zo'n 'wiegeliedje' krijgt al gauw het etiket 'sentimenteel' opgeplakt. En de onbekendheid met de opera maakt dan op voorhand iedere poging tot haar herwaardering  tot een onmogelijke missie.     
Daarbij komt, dat door de jaren heen wel een zeer bont gezelschap van instrumentalisten en zangers de evergreen heeft opgenomen. Om er een paar te noemen: Rita Streich en Placido Domingo, Pablo Casals en Fritz Kreisler, Jussi Björling en Benjamino Gigli, Lotte Lehmann en Erna Sack, Wilma Driessen en Selma Kurz, Richard Tauber en Rudolf Schock, maar ook Bing Crosby samen met violist Jascha Heifetz en in Nederland o.a. zangeres Joke Bruijs, begeleid door het Metropole-orkest.






'Jocelyn'
De 'Berceuse' is nog altijd zo populair, dat menige muziekliefhebber moeite doet om erachter te komen, welke rol zij speelt in de opera. Na wat speurwerk vond ik via internet een tekst (in de 'London and Westminster Review' van 1836), die het operaverhaal op z'n minst verduidelijkt. Ook bleek het mogelijk de partituur van Godard's opera in te zien. Deze bevindt zich in het archief van de universiteit van Toronto.

Paul Amand Silvestre schreef het tekstboek van 'Jocelyn' en de gevierde, lyrische tenor Victor Capoul assisteerde hem daarbij (Capoul zou vervolgens in de Parijse première de titelrol zingen).
Victor Capoul zong titelrol van Godard's 'Jocelyn'
in de Parijse première

Het tekstboek is niet meer dan een oppervlakkig uittreksel van een lijvige 'roman in verzen', getiteld 'Jocelyn' en geschreven door Alphonse de Lamartine (1790-1869).
Affiche van het museum in Måcon,
dat aan De Lamartine gewijd is
De Lamartine kan worden beschouwd als de eerste belangrijke Franse vertegenwoordiger van de literaire Romantiek, die uit Engeland en Duitsland overwaaide. Deze De Lamartine was geen man alleen van woorden, maar ook van daden. Hij speelde in 1848, direct na het uitbreken van revoluties in de grote Europese hoofdsteden, een hoofdrol bij de vorming van een eerste Franse, democratische regering en trad een paar maanden op als Minister van Buitenlandse Zaken.
De Lamartine voor het Hôtel de Ville, Parijs. Schilderij van
   Felix Philippoteaux (Website Académie de Strasbourg)
Alphonse de Lamartine was buitengewoon welbespraakt, bracht bevlogen zijn pacifistische wensdromen over het voetlicht en veranderde allengs van een traditionele rooms-katholiek in een man, die in een God op afstand geloofde. In o.a. zijn 'Jocelyn' uit 1836 wordt die verandering merkbaar.
In De Lamartine's monumentale gedicht is Jocelyn een aankomend priester, die het wereldse bestaan achter zich wil laten. In 1789, het turbulente jaar van de Franse revolutie, worden ook de volgelingen van de rooms-katholieke kerk met de dood bedreigd. Jocelyn vlucht de Alpen in en vindt daar een schuilplaats. 

Op een dag stuit Jocelyn op een vader en zijn heel jonge zoon, die achtervolgd worden door soldaten. Er vallen schoten en de oudere man wordt getroffen. Stervend smeekt hij Jocelyn voor zijn zoon Laurence te zorgen.
Een intense vriendschap bloeit op. Jocelyn en Laurence voeden zich met wat de natuur hun geeft, worden tijdens hun wandelingen vergezeld door een sprekende (!) hinde en ervaren hun bestaan als - bijna - paradijselijk. Bijna, want Jocelyn is zich ervan bewust, dat er een geheim tussen hen is.

Laurence valt in een ravijn. Jocelyn slaagt erin hem naar boven te dragen. Laurence lijkt de val te hebben overleefd, maar is ernstig gewond. Jocelyn probeert, zo goed en zo kwaad als dat gaat, hem uit te kleden en doet twee schokkende ontdekkingen: Laurence is een meisje en hijzelf is hopeloos verliefd.
'Jocelyn', film van Pierre Guerlais (1933)

De bisschop roept Jocelyn naar Grenoble. Hij moet versneld het priesterambt aanvaarden. Jocelyn is in hevige tweestrijd, maar de bisschop stelt hem voor de keuze tussen enerzijds God en celibaat en anderzijds "de vloek van het aardse leven". Jocelyn kiest voor God en celibaat.

In het laatste deel van het gedicht is Jocelyn een pastoor in Italië, die alles aan God gegeven heeft,"behalve zijn herinnering aan Laurence". Laurence trouwt intussen met een man, van wie ze niet houdt. De man pleegt zelfmoord, waarna zij zich in een leven van 'plezier' stort. Laurence wordt ongeneeslijk ziek en hoopt genezing te vinden in Italië. 
Daar ontmoet zij Jocelyn weer en gaat bij hem te biecht.
Laurence sterft en Jocelyn volgt haar niet lang daarna'.

In zijn dichttekst stelt De Lamartine, dat er voor God wezenlijk geen verschil bestaat tussen je leven wijden aan veel mensen en je leven wijden aan één mens. Het ene is niet beter, mooier of meer dan het andere.



















Silvestre en Capoul reduceren in hun operatekst het indrukwekkende dichtwerk van De Lamartine tot een nogal mager liefdesverhaal. Diepere gedachten over celibaat, priesterschap en de verhouding tussen God en de mensheid zijn in de opera nauwelijks nog te vinden. Het werk blijft netjes binnen de perken van de rooms-katholieke mores.  Verder lijkt het me, dat de schokkende ontdekking van Jocelyn, dat zijn vriend een meisje is, toneeldramatisch alleen al in het water valt door het feit, dat een volwassen vrouw "het kind" Laurence gestalte moet geven.
Dit betekent niet, dat 'Jocelyn' daarom in het vergeetboek is geraakt. Er zijn een heleboel bekende en populaire opera's met een libretto, dat meer te wensen overlaat.

De rol van de 'Berceuse' in de opera 
Jocelyn zingt het lied in het 1e tableau van het 2e bedrijf. Het is in elk geval niet het verwachte wiegelied voor een al dan niet slapende baby.
Godard's lied als
'Classical Lullaby'

Plaatjes en foto's op platenhoezen, CD-covers enz, die dat suggereren, zitten ernaast. Jocelyn waakt gedurende de nacht in zijn grot, die als schuilplaats dient, bij de uitgeputte Laurence,"het slapende kind", dat een aantal dagen daarvoor zijn vader heeft zien sterven. Pas in het grote duet erna vertelt Laurence beschaamd de waarheid en vraagt zij Jocelyn om vergeving. Deze vreest aanvankelijk, dat zijn "blinde vriendschap slechts een dwaze verliefdheid" was. Maar uiteindelijk weten Jocelyn en Laurence zeker, dat zij heel veel van elkaar houden.  

Opera-aria en salonlied
Europees paar speelt Godards 'Berceuse'
(fotocollectie Tropenmuseum te Amsterdam)

Ongetwijfeld zal de 'Berceuse' dikwijls als op zichzelf staand lied in de Europese salons zijn gezongen of gespeeld. Samen met Godard's andere liederen. Het enige, wat daarbij wel eens gestoord kan hebben, is het nadrukkelijk religieuze karakter ervan.
In een zeer vrije Engelse bewerking is de inhoud eerder sprookjesachtig dan religieus.
In Duitsland rouleren zelfs twee versies: een vertaling, die dicht bij het Franse opera-origineel blijft en een wereldlijke salon-'hertaling' van de mij onbekende Peter Friedel. Uit deze laatste versie is de oorspronkelijke inhoud vrijwel geheel verdwenen. Wat overblijft is een "lief liefdeslied", dat onduidelijk verwijst naar "een vreselijk lot", dat het paar eens van elkaar heeft gescheiden. De herinnering aan het lied heeft de zanger in de loop der jaren altijd getroost, omdat zijn geliefde het vroeger zo mooi zong.

Voor wie in de tekstvarianten is geïnteresseerd, lijkt het mij zinvol de Franse, Engelse en beide Duitse versies af te drukken:

Originele Franse operatekst van Silvestre/Capoul:
"Cachés dans cet asile, òu Dieu nous a conduits,
Unis par le malheur, durant les longues nuits
Nous reposons tous deux, endormis sous leurs voiles
Ou prions aux regards de tremblantes étoiles.

Refrain:
Oh, ne t'éveille pas encore
Pour qu'un bel ange de ton rêve
En déroulant son long fil d'or
Enfant, permette qu'il s'achève
Dors! Dors! le jour à peine a lui
Vierge Sainte, veillez sur lui.

Sous l'aile du Seigneur loin du bruit de la foule
Et comme un flot secré qui doucement s'écoule
Nous avons vu les jours passer après les jours
Sans jamais nous lasser d'implorer Son secours"

     Nederlandse vertaling uit het Frans:
     "Verborgen in dit toevluchtsoord, waarheen God ons heeft geleid,
     Verenigd door het onheil, rusten wij beiden uit
     gedurende de lange nachten, slapend onder hun sluiers,
    of bidden wij, de blik gericht op de glinsterende sterren.

    Refrein:
    O, ontwaak nog niet
    opdat een schone engel in je droom
    zijn lange, gouden draad kan ontrollen
    Kind, sta toe, dat hij zijn werk voltooit
    Slaap! Slaap! de dag is nog ver
    Heilige Maagd, ontferm u over hem.

    Onder God's vleugels ver van het lawaai van de wereld,
    en zoals iedere golf, die zachtjes in de zee terugstroomt
    hebben wij elke dag zien verglijden
    Hij (God) echter verhoorde altijd onze smeekbeden"

********************

Engelse bewerking van S.J. O'Reilly, bekend als: 'Angels guard thee': religieuze inhoud blijft beperkt tot 'wakende engelen':
"Beneath the quiv'ring leaves, where shelter comes at last,
All sadness sinks to rest, or glides into the past;
Her sweet eyes prison'd now, in their soft silken bars,
O! my love, calm she sleeps beneath the trembling stars.

Refrain:
Ah! wake not yet from thy repose,
A fair dream spirit hovers near thee,
Weaving a web of gold and rose,
Through dream land's happy isles to bear thee!
Sleep, love, it is not yet the dawn
Angels guard thee, sweet love, til morn!

Far from the noisy throng, by song birds lulled to rest,
Where rock the branches high by breezes soft carres'd;
Softly the days go on, by sorrow all unharm'd
Thus may life be to thee a sweet existence charm'd"

    Nederlandse vertaling uit het Engels:
    "Onder het ritselende bladerdak, waar we eindelijk een schuilplaats vonden,
    komt al ons verdriet tot bedaren of lost op in het verleden;
    Zacht zijden oogleden houden nu de schoonheid van haar blikken gevangen,
    O! mijn geliefde, zij slaapt vredig onder de glinsterende sterren.
   
    Refrein:
    Ach! Ontwaak nog niet uit je rustige slaap,
    Een goede droom-geest zweeft om je heen,
    wevend een web van goud en rozen,
    over de gelukseilanden van dromenland om jóu te dragen!
    Slaap, liefste, de dag is nog niet aangebroken
    Engelen waken over je, liefste, tot het morgen wordt!
   
    Ver van het lawaai van de wereld, door vogelgezang in slaap gezongen,
    waar de wind zacht strelend de boomtoppen op en neer wiegt;
    Stilletjes gaan de dagen voorbij, volkomen vrij van verdriet
    Moge zo het leven voor jou zijn: lang, gelukkig en betoverend"

********************

Duitse vertaling nr. 1 (heel misschien van Wilhelm Henzen), die dicht bij de originele operatekst blijft:
"Nun sind wir hier vereint, vereint durch unser Leid;
Vereint durch unser Leid nach langer Nächte Qual
ruhen wir nun aus vom Schleier des Dunkels umhüllt;
Unser Gebet steigt herauf zum lichten Heer der Sterne.

Refrain:
Schlaf, Liebste, schlaf und träume süss,
Es mögen Engel dich bewahren
Schlaf dich hinein ins Paradies,
denn dort, da bist du sicher vor Gefahren
Schlaf, schlaf, noch ist der Tag so fern,
Heil'ge Jungfrau, beschütze sie.

In Gottes sich'rer Hut, dem Lärm der Welt entrückt;
Die Wellen einer Flut sanft in der Ferne schwinden,
so schwand uns Tag und Tag;
Die Zeit sei mir vergehen (ik twijfel aan deze regel)
Der Gnade unseres Herrn galt immer uns'rem Flehen"

    Nederlandse vertaling uit het Duits nr. 1:
    "Nu zijn wij hier verenigd, verenigd door ons leed;
    Verenigd door ons leed na de pijn in lange nachten
    rusten wij nu uit door de sluier van de duisternis omhuld;
    Ons gebed stijgt omhoog naar het lichte leger der sterren.
   
    Refrein:
    Slaap, liefste, slaap en droom (maar) fijn,
    de engelen mogen je bewaren
    Slaap je het paradijs binnen,
    want daar, daar ben je veilig voor gevaren
    Slaap, slaap, noch is de dag zo ver,
    Heilige Maagd, bescherm haar.
   
    Onder Gods veilige hoede ver van het lawaai van de wereld;
    De golven van een vloed verdwijnend in de verte,
    zo ging het ook met onze dagen;
    De tijd heb ik laten verstrijken (ik twijfel aan deze regel),
    Onze smeekbeden echter vonden altijd genade bij onze Heer"

********************

Duitse 'hertaling' nr. 2 (van Peter Friedel):
"Ach, war es nicht ein Traum, der nun schon längst vorbei?
Ich sass ganz still bei dir, du gabst die Lippen mir.
Deiner Küsse Glut, drang mir ganz tief ins Blut;
Und dann sangst du traut und leis ein süsses Lied.

Refrain:
Ach, einzig Heissgeliebte, du,
du warst und bist mein ganzes Leben.
Du schenktest mir die tiefe Ruh,
den Frieden, den mir niemand konnte geben.
Du Stern in meines Daseins Nacht,
Ja, dein Herz hat das Glück mir gebracht

Ein grausames Geschick, das trennte dich und mich.
Nun bin ich fern von dir, doch immer bringet mir dein Rosenmund
Stillen Trost alle Stund.
Das dank' ich deinem kleinen süssen Liebeslied" 

    Nederlandse vertaling uit het Duits nr. 2:
    "Ach, was het niet een droom, die nu al lang voorbij (is)?
    Ik zat heel stil bij je, je gaf mij je lippen.
    De gloed van je kussen drong tot diep in mijn bloed;
    En dan, dan zong je intiem en zacht een lief lied.

    Refrein:
    Ach, enige innig geliefde, jij,
    jij was en bent mijn hele leven.
    Je schonk mij de diepe rust,
    de vrede, die niemand mij kon geven.
    Jij, ster in de nacht van mijn bestaan,
    Ja, je hart heeft mij het geluk gebracht.

    Een vreselijk lot, dat scheidde jou en mij.
    Nu ben ik ver van jou, doch altijd brengt mij je rozenmond
    stille troost van stond tot stond.
    Dat dank ik aan je kleine, lieve liefdeslied" 

Ik vind het Franse origineel het mooist. De Engelse sprookjes-versie is op zich vertederend, maar komt in de loop van de tekst m.i. toch te dicht bij de gewone 'lullaby' voor een (vrouwelijke) baby. De eenvoud van de eerste Duitse versie voldoet zeker, maar haar poëzie blijft wat achter bij die van de Franse opera-aria. De tweede Duits tekst stelt weinig voor: zij bedient zich naar mijn mening van clichés.

Tenslotte:
Jocelyn weet op het moment, dat hij zijn lied zingt, nog niet, dat Laurence een meisje is. Alle versies - op de Franse na - lijken dit feit te negeren. Een heel goed mogelijke reden hiervoor kan toentertijd zijn geweest, dat zich in Duitsland en Engeland bij de transformatie van opera-aria tot salonlied het probleem voordeed, dat Jocelyn's 'Berceuse voor een zeer jonge knaap' als verregaand onzedelijk zou worden opgevat. Voor de Fransen speelde dat niet: in hun tekst eindigt het refrein met de 3e naamval van het persoonlijk voornaamwoord 'lui'. 'Lui' slaat op 'enfant (kind)' twee regels daarvoor en kan 'haar' maar ook 'hem' betekenen. De Duitse en Engelse taal kent zo'n ontsnappingsmogelijkheid niet. Daarom lijkt het mij geloofwaardig, dat de Duitse en Engelse tekstschrijvers het lied - vanwege de gewenste 'salonfähigkeit' - expliciet aan een slapend meisje hebben gekoppeld.

Rudolf Schock zingt de 'Berceuse' van Benjamin Godard  
Rudolf Schock nam de 'Berceuse' op in zijn eerste Eurodisc-jaar op 12 november 1962. De dirigent was - vermoedelijk - Werner Eisbrenner en niet Wilhelm Schüchter, zoals de discografie in Schock's biografie vermeldt.
Schock zingt de 2e Duitse 'hertaling' van Friedel, dus de qua tekst minder interessante salon-versie. Hij draagt het echter zo gepassioneerd voor, dat de tekst naar een hoger plan lijkt te worden getild.

<><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><><> </>
Richard Tauber














(Richard Tauber in zijn opname uit 1932 van dezelfde salonversie slaagt daar niet in. Of hij doet er zijn best niet voor. Tauber zingt het lied heel vlug en routineus. De tekstbehandeling klopt, de stem is soepel, maar zijn weergave laat geen blijvende indruk achter. Tauber zong ook de Engelse versie 'Angels guard thee'.Weer horen we een flexibele stem en een uitstekende dictie, maar nu toont hij zich bij het lied betrokken. Zijn voordracht klinkt intiem en ontroert)

Schock's Duitse salon-versie 'Ach, war es nicht ein Traum', is bij mijn weten op CD niet verkrijgbaar. Wel staat zij op verschillende Eurodisc-platen. Nu eens in een opera-omgeving, waar de nieuwe inhoud niet (meer) op aansluit, dan weer te midden van religieus repertoire, waar zij ook niet (meer) bij past.

Drie jaar later,
op 9 september 1965, zendt het ZDF een tv-registratie uit van een live-concert in de Mercator-Halle te Duisburg, waar Rudolf Schock aan meewerkt. Hij is te horen in een aria uit 'Tosca' en in Godard's 'Berceuse'. De 'Philharmonia Hungarica' wordt gedirigeerd door Hermann Hildebrandt (1910-1982).
Dit keer zingt Rudolf Schock de Duitstalige opera-versie van de 'Berceuse'. Het geluid daarvan is bewaard gebleven.

Wat een verschil met de salon-Berceuse! We horen nu echt de aria van Jocelyn. En ook nog live, wat een totaal andere ervaring is dan het kijken en luisteren naar een vlakke playback-uitvoering. De tv-regie beperkt zich tot een opwaartse close-up van Schock bij het refrein en een half totaal bij de strofen. Meer is niet nodig, de zanger doet de rest.
De zwart-wit-opname laat horen en zien, wat wezenlijk mijn fascinatie voor Rudolf Schock uitmaakt: inleving, overgave, bewogenheid, tegelijk ook ingetogenheid, dienstbaarheid, de volledige afwezigheid van maniërisme. De priester Jocelyn is bij Schock (intuïtief?) een man van het volk. Hij is niet sentimenteel. Schock's stem klinkt niet gepolijst, maar vastberaden en kloek. Die ene, wegstervende falset-toon aan het eind van het eerste refrein doet daar niets aan af. Die is in al haar tederheid aan "sie" gericht, de vluchteling(e), die aan Jocelyn's zorgen is toevertrouwd. Het tweede "sie", waarmee de aria eindigt, zingt Schock krachtig en vertrouwenwekkend. Jocelyn voelt zich sterk door zijn geloof in Maria, de engelen en God. Zijn overtuiging zegt hem, dat Laurence zal herstellen!


Krijn de Lege, 14.5.2012 (met dank aan de heer Ludwig Stumpff, van wie ik nadere informatie over de tv-registratie van 1965 kreeg)

Tussen nu en september verricht ik 'groot onderhoud' aan de blog. De serie artikelen wordt in september/oktober 2012 voortgezet met Karl Goldmark (1830-1915). Daarna zijn Charles Gounod (1818-1893) en Bruno Granichstaedten (1879 en 1944) aan de beurt. Ik wens u een mooie zomervakantie! 

Keine Kommentare: