26.09.11

RUDOLF SCHOCK ZINGT GASTALDON EN GIORDANI

Rudolf Schock zingt 'Musica proibita' en 'Caro mio ben'
Tauber's lied 'Du bist die Welt für mich' was een passende herinnering aan 'De Levensroman van Richard Tauber', de film met Rudolf Schock als Tauber, die ik samen met mijn ouders en zusje zag in de Schiedamse bioscoop 'Passage'. De vier andere filmmelodieën op kant 1 vielen ook in de smaak. Maar op de andere kant van de 25cm LP stond het allermooiste: eerst 'Es muss ein Wunderbares sein' van Franz Liszt, dan het voor mij absolute hoogtepunt, de 'Serenata' van Enrico Toselli, gevolgd door het stoere 'La Paloma' van Sebastián de Yradier en tenslotte de  liefdesliederen 'Still wie die Nacht' van Carl Bohm en 'Verbotener Gesang ('Musica proibita') van Stanislao Gastaldon."Die zijn ook heel mooi", onderstreepte mijn vader met de bedoeling mijn nogal eenzijdig op 'Serenata' en 'La Paloma' gericht enthousiasme wat af te zwakken.
Een paar maanden later kwam hij met de kerstplaat 'Singende klingende Weihnachtszeit' thuis. Het was voor mij een teleurstelling, dat niet Schock, maar een koor de kerstliederen zong. Maar als je de plaat omdraaide, was hij gelukkig toch nog te horen in twee, door mij als kerkelijk begrepen liederen: 'Largo' van Händel en 'Caro mio ben' van Giordani. Verder zong al weer een koor 'Ave verum' en 'Laudate Dominum' van Mozart, waarbij een pleister op de wonde was, dat Anny Schlemm meezong, die ik al kende van een derde gezins-LP: 'Mit Rudolf Schock in der Welt der Operette'. Het moge duidelijk zijn, dat al deze klankjuwelen - in strenge opdracht van Electrola - door mijn vader 'nur mit staubfreiem Mikrosaphir' en met een correcte 'Einstellung M, 331/3 Upm!' afgespeeld werden. Hij wist immers maar al te goed: 'Falsche Einstellung beschädigt die Langspielplatte', wat voor mij gelijk zou zijn geweest aan een onvergeeflijke beschadiging van Rudolf Schock.

Stanislao Gastaldon, componist van 'Musica proibita'
Stanislao Gastaldon
Nog niet zo lang geleden was er in naslagwerken en op internet weinig over Gastaldon te vinden. Maar intussen staat er op Wikipedia een uitvoerige en interessante, Engelstalige bijdrage over hem.

Stanislao Gastaldon werd in 1861 in Turijn geboren. Hij componeerde concerten, opera's en liederen, maar vooral door het salonlied 'Musica proibita' werd zijn naam onsterfelijk (zie ook: 'RS zingt Carl Bohm'). Ook de oorspronkelijk Italiaanse tekst is van Gastaldon. Hij schreef die tekst onder het raadselachtige pseudoniem 'Flick-Flock''Musica proibita' is evenals Carl Bohms 'Still wie die Nacht' een schoolvoorbeeld van het salonliederen-repertoire uit de late 19e eeuw (1881). Een tijdje nam ik aan, dat het lied eigenlijk een aria uit Gastaldon's opera 'Mala Pasqua!' was, maar het hierboven aanbevolen Wikipedia-artikel veegt dit resoluut van tafel. Gastaldon leverde de opera 'Mala Pasqua!' pas in 1890 af, in hetzelfde jaar, dat Pietro Mascagni met zijn 'Cavalleria rusticana' een prestigieuze operaprijs won. Gastaldon had voor zijn opera dezelfde stof gebruikt als Mascagni voor zijn 'Cavalleria' en het gevolg was, dat Gastaldon's werk de geschiedenis in ging als een 'gemankeerde Cavalleria rusticana'. Tekstboeken zijn te vinden in bibliotheken in de VS en Europa, maar een 'Verboden Lied' komt daarin niet voor. 'Mala Pasqua!' betekent overigens 'Slechte Pasen!', een boze wens, die voor één van de hoofdrollen uit de opera bestemd is.

Gastaldon schreef 'Musica proibita' als sopraansolo (!) met pianobegeleiding en het is opvallend, dat het in de muziekhistorie met name tot een alom geliefd tenorlied uitgroeide. De italiaanse componist relativeerde zijn glansnummer enkele jaren later (1885) op ironische wijze met het lied 'Musica non proibita', dat op eigen kracht - zij het in bescheidener mate - ook een succes werd. Stanislao Gastaldon overleed - geheel en al op de achtergrond geraakt - in 1939 in Florence, waar hij ook begraven is.

'Verbotener Gesang' (opus 5)
is een liefdeslied, dat gezongen wordt vanuit het perspectief van een jonge vrouw:
Romeo en Julia, schilderij van Sir Francis Dicksee (1884)

Vom Balkon jeden Abend blickt' ich nieder;
da tönt's herauf wie zarte Herzensklagen.
Ein junger Mann sang schmelzend Liebeslieder,
und dann begann mein Herz mächtig zu schlagen,
ach mächtig, jedesmal, schlug mir das Herz.

Das schöne Lied erfüllte mich mit Freuden;
wie hört' ich's gerne, immer möcht' ich 's hören.
Doch sang ich's selber, die Mutter wollt's nicht leiden:
dass sie's verbot, weiss ich nicht zu erklären.

Jetzt ist sie fort: Erklinge nun, mein Lied,
das mich unwiderstehlich immerdar durchglüht:
"die ernsten Augen, lasse mich sie küssen,
dein schwarzes Haar, die Lippen, ach, die süssen,
Du Engelsbild, o dürft' ich mit dir sterben,
welch selig Los, den Himmel zu erwerben..."

Gestern noch sah ich ihn vorübergehen,
und wieder sang er, ich konnt' es wohl versteh'n:
"die ersten Augen, lasse mich sie küssen.
dein schwarzes Haar, die Lippen, ach, die süssen,
o du mein Engel, ewig lieb' ich dich,
schenk mir dein Herz!!
O komm, erhöre mich!"

(De Duitse versie van Flick-Flock's oftewel Gastaldon's tekst is van Ferdinand Gumbert (1818-1896), zangpedagoog, muziekrecensent en vertaler te Berlijn).

In de beide eerste strofen ziet en hoort een meisje vanaf haar balkon elke avond een jonge man, die haar een hartveroverende serenade brengt. Ze wordt dolverliefd op de zanger en zijn lied. Ze wil het hem nazingen, maar haar moeder verbiedt het haar om een voor het meisje onbegrijpelijke reden.

In de 3e strofe grijpt zij haar kans, als haar moeder weg is: ze zingt het lied ("die ernsten Augen...") en toont zich zelfs bereid zich aan haar (ge)liefde op te offeren (De moeder kent ongetwijfeld het karakter van haar dochter en weet misschien ook van Julia met wie het bij Shakespeare niet goed afloopt. Ligt daar de oorzaak van het verbod?).

De 4e strofe: Weer zingt de zanger zijn lied "die ernsten Augen...". Hun liefde blijkt wederzijds: hij wil het hart van het balkonmeisje veroveren en smeekt haar onstuimig zijn eeuwige liefde te beantwoorden.
In deze strofe horen wij de (gisteren) gezongen woorden van de man onder het balkon. Ik kan mij daarom voorstellen, hoe zangers en dirigenten op het idee zijn gekomen (of gebracht), de uitvoering van 'Musica proibita' aan mannen over te laten. 

Rudolf Schock zingt Stanislao Gastaldon
Rudolf Schock neemt 'Verbotener Gesang' op in 1954 (HMV/Electrola) en in 1968 (Sony/Eurodisc). Op 3 september 1954, een dag voor Schock's 39ste verjaardag, dirigeert de perfectionistische Wilhelm Schüchter en op 11 juni 1968 Fried Walter.


Tijdens de voorbereiding van dit artikel heb ik goed geluisterd naar een aantal uitvoeringen van 'Musica proibita', gezongen door een oudere generatie van beroemde Italiaanse en Spaanse tenoren: Mario del Monaco en José Carreras zingen een stevige opera-aria van Verdi i.p.v. het bekoorlijke salonlied van Gastaldon. Veel beter bevallen Guiseppe di Stefano en Placido Domingo, maar ook zij doet maken het lied nog te groot. Merkwaardigerwijs Benjamino Gigli dit ook, wat ik van hem niet verwacht had (maar het kan zijn, dat ik een mindere uitvoering hoorde, want Gigli heeft het lied meerdere keren opgenomen). Enrico Caruso is ronduit grandioos: hij zingt werkelijk een lied en zijn tekstbehandeling is schitterend. Ook heel mooi is de zang van de elegante Spaanse tenor Alfredo Kraus. Hij weet, hoe je een lied moet zingen. Alleen klinkt het mij wat afstandelijk en -onnodig - plechtig in de oren.
De opname van Rudolf Schock uit 1954 is behalve op oude Electrola-LP's (en een enkel EP-tje) relatief nog maar kort op CD beschikbaar. We vinden haar
- op de 2 CD set 'Rudolf Schock, der fröhliche Wanderer' (Membran/Documents: Order no. 224062), overigens samen met o.a. 'Es muss ein Wunderbares sein', 'La Paloma', 'Still wie die Nacht' EN 'mijn' onvergetelijke 'Serenata' van Toselli!  
- op CD 2 van de 10 CD set 'Rudolf Schock, seine schönsten Lieder....' (Membran Documents: Order no. 232541), al weer in gezelschap van de salonliederen van mijn vroegste Schock-LP én met 'Caro mio ben', waarover verderop meer.

De stereo-opname uit 1968 is alleen op LP's te horen:
- op 'Wunschkonzert mit Rudolf Schock' (Eurodisc 77877 IU) en op 'Rudolf Schock: Erinnerungen an Benjamino Gigli' (Eurodisc 78571 IU)

Ik heb beslist geen rose bril op, als ik vaststel, dat Rudolf Schock in 1954 één van de mooiste vertolkingen van 'Verbotener Gesang' op de plaat heeft gezet. Een Engelse muziekcriticus karakteriseert het lied als: "ease and pleasing, which immediately sticks in the mind". En zo zingt Schock hem ook: moeiteloos en innemend. Dat weerhoudt hem er echter niet van zorgvuldig naar een adembenemende climax toe te werken ("Schenk mir dein Herz!"), waarbij dirigent Wilhelm Schüchter op "Herz!" stopt met dirigeren en gedurende een paar tellen aan Schock's dramatische intenties de volle muzikale ruimte laat. 

In 1968 is Schock's tekstbehandeling onveranderd superieur, maar zijn zang minder "ease". Zijn talent voor liedzang maakt echter, dat ook deze lezing van 'Musica proibita' te verkiezen valt boven menig andere opera-achtige uitvoering. Dit is des te knapper, omdat de stem voor dit lied in een te fors geluidskader is geplaatst en de orkestbegeleiding niet zo subtiel is als die van Schüchter.

Tommaso of Guiseppe Giordani, componist van 'Caro mio ben'?
Tommaso Giordani
Het is geen uitgemaakte zaak, wie van de gebroeders Giordani het Italiaanse lied 'Caro mio ben' heeft gecomponeerd.
Op internet wordt vaak de jongere broer Guiseppe Giordani genoemd.
Maar je leest ook, dat Tommaso Giordani de tekst op noten heeft gezet en dat het lied desondanks aan Guiseppe wordt toegeschreven.
De platenlabels EMI/Electrola en Eurodisc houden het al decennia op Tommaso Giordani.
Ook heet de componist soms Giordano, maar dan is men in de war met de opera-componist Umberto Giordano, die veel later leefde (1867 - 1948) en onder meer 'Andrea Chénier' schreef.

Tommaso Giordani (1730-1806) werd in Napels geboren en stierf in Dublin. Hij was van alles: zanger, docent, dirigent en componist. Op 22-jarige leeftijd trok hij naar Londen en later naar Ierland. Tot zijn composities behoorden opera's, een oratorium, sonates, concerten én liederen.
Guiseppe Giordani

Guiseppe Giordani (1744?-1798), bleef in Napels en was daar een belangrijk dirigent. Hij componeerde een aantal opera's met een voorliefde voor religieuze onderwerpen.
De gebroeders Giordani waren tijdgenoten van W. A. Mozart.

'Caro mio ben'
is al weer een liefdeslied, dat wordt gezongen vanuit het perspectief van een vrouw (zie de vertaling in de Duitse versie van dit artikel). En opnieuw was het bedoeld als sopraansolo:

Caro mio ben, credimi almen,
Senza di te languisce il cor.
Il tuo fedel sospira ognor,
Cessa, crudel, tanto rigor.
Caro mio ben...

Dierbare geliefde, geloof mij:
zonder jou breekt mijn hart.
Je trouwe geliefde zucht voortdurend,
Je bent zo wreed en streng, hou daar mee op!
Dierbare geliefde...

Aangenomen wordt, dat de anonieme tekst wereldlijk is en rond 1780 op muziek werd gezet. Aan het eind van de 18e eeuw verkreeg het op Italiaanse huisconcerten in elke geval een enorme populariteit. Waatschijnlijk is 'Caro mio ben' dan ook één van de vroegste voorbeelden van het salonliederen-genre. Op platen en CD's wordt het echter - samen met Händel's 'Largo' uit de opera 'Xerxes' - vaak geplaatst temidden van religieuze composities.

De mannenstem heeft intussen ook 'Caro mio ben' grotendeels veroverd. Een oorzaak zou kunnen zijn, dat dit oorspronkelijk wereldlijke lied al vroeg inderdaad religieus geannexeerd werd. Omdat het echter in de toenmalig kerkelijke praktijk aan vrouwen verboden was, in het Huis Gods te zingen, hebben de kerkelijke autoriteiten de uitvoering van ook dit lied misschien aan castraten overgelaten. Mogelijkerwijs heeft dat de weg voor tenoren en baritons gebaand.

Rudolf Schock zingt Giordani 
Rudolf Schock zingt 'Caro mio ben' in het Italiaans twee keer voor de grammofoonplaat: op 9 augustus 1952 (EMI/Electrola) en op 12 november 1962 (Sony/Eurodisc). In 1952 dirigeert Wilhelm Schüchter "een strijkorkest" . In 1962 leidt hij de Berliner Symphoniker en is de instrumentatie van Werner Eisbrenner.
Schock's eerste 'Caro mio ben' is te vinden op
- de CD 'Ave Maria' (EMI CDZ 7 62696 2) en die titel zegt het al: 'Caro mio ben' wordt opgevat als een religieus lied.
- de al onder 'Verbotener Gesang' vermelde CD 2 van de 10 CD set 'Rudolf Schock, seine schönsten Lieder...'. (Membran/Documents: Order no. 232541). Membran plaatst het lied niet in een religieus kader.

Schock's tweede (stereo-)opname is (nog?) niet op professionele CD uitgebracht. Een LP, waarop het lied voorkomt, is
- 'Festliche Stunden mit Rudolf Schock' (Eurodisc 72 721 KK). Deze LP heeft gedeeltelijk een religieus gehalte.
Misleidend is, dat op de hoes van deze LP de Duitse vertaling van 'Caro mio ben' gemakshalve begint met de woorden: 'Dierbaar meisje(!)' 
Het Engelse muziektijdschrift 'Gramophone magazine' schrijft in de vorige eeuw, dat Rudolf Schock 'Caro mio ben' met "zijn volle, 'baritonic' tenor meer dan goed zingt".
Wilhelm Schüchter 1911-1974 
Mike Richter uit Los Angeles, operakenner en samensteller van de 'Audio Encyclopedia', vergelijkt in 2005 Schock's eerste 'Caro mio ben'-opname met die van Benjamino Gigli. Richter concludeert, dat Schock's uitvoering gelijkwaardig is aan die van de grote Italiaanse zanger.

Schock zingt het lied inderdaad "meer dan goed" en de uitvoering van 1962 doet daar niet voor onder: Schock's eenvoud als kenmerk van het ware zingen. Schüchter's muzikale leiding staat tweemaal garant voor dienstbaarheid daaraan.

Krijn de Lege, 26 september 2011
De volgende keer: Rudolf Schock zingt Umberto Giordano, Amilcare Ponchielli en Francesco Ciléa 

Keine Kommentare: